Libanon veteraan over de machteloosheid van een blauwe baret
"Een stuiterend lichaam en een hoop gegil"


Ruim twintig jaar geleden werden de eerste Nederlandse militairen naar Libanon uitgezonden. Het ging daarbij voornamelijk om dienstplichtigen. "Van het momenteel bij Defensie gevoerde nazorgbeleid, was tijdens de UNIFIL-periode helaas nog geen sprake", aldus staatssecretaris van defensie H.A.L. Van Hoof in een brief aan de Tweede Kamer.
"Geconstateerd kan worden dat de hulpverlening aan UNIFIL-militairen destijds - naar de normen van nu - te wensen heeft overgelaten". De staatssecretaris verwoordt het netjes.
Maar achter die woorden gaat een berg ellende schuil. Trivizier sprak met een 38 jarige Libanon-veteraan, die om privacy redenen liever niet met zijn naam in ons blad genoemd wil worden.


"Ik heb destijds mijn keuringsrapport voor militaire dienst uit 1979 opgevraagd.
'Betrokkene werd op 19 december 1979 te Delft gekeurd voor de militaire dienstplicht.
Er was sprake van nagelbijten.
Bij onderzoek bleken alle nagels afgebeten, met de aantekening, zenuwen'. En dan word je toch naar Libanon uitgezonden. Daar heb ik me destijds vrijwillig voor opgegeven, maar het werd je ook voorgeschoteld als een soort vakantiepark. Lekker op het terras zitten en windsurfen, maar niet in de loop van een geladen geweer kijken.
Voordat je nu uitgezonden wordt, moet je eerst langs een gekkendokter die in je hoofd gaat zitten peuren of je wel geschikt bent. Ik ging er vol idealen naar toe. Veertien maanden op een kazerne zitten flipperen, bier zuipen en gevulde koeken eten, dat leek me niets.
Dan maar VN, kun je nog wat goeds doen. Ik was ingedeeld bij de PAOST compagnie, Post 7-12.Palestijns gebied. De IJzeren driehoek. We sliepen in een prefab. Daaromheen was door de genie een muur gemetseld van betonblokken.
Daarachter stond weer een hekwerk om de antitankraketten tegen te houden.
Want die hadden ze bij een vorige lichting al een keer door 7-12 heen gejast.
We hadden .50's op de post, twee MAG's, handgranaten en de hele rotzooi. in het gebied waar wij zaten, daar kwamen de meeste infiltraties richting Noord Israël vandaan. Ik heb er zes maanden doorgebracht. Toen ik er drie weken was, zat ik bij mensen thuis thee te drinken. Twee huizen verder klonk er een hoop geschreeuw. Gillende vrouwen op straat. Ik kijk vanaf het terras. Jezus, wat is hier aan de hand? Zie ik dat er een meisje de straat op gegooid wordt. Achter haar aan loopt haar broer met een geweer. Ze had de familie-eer bezoedeld en werd voor mijn ogen standrechtelijk geëxecuteerd. Dat was mijn binnenkomertje in Libanon. Ik was nog zo groen als gras. Het leek wel een film van Fellini. Een stuiterend lichaam en een hoop gegil.
Ik werd helemaal gek, pakte mijn Uzi en wilde de kop van die vent aan flarden gaan schieten. De man waarbij ik op bezoek was, hing aan mijn rechterarm en zijn vrouw met hoofddoek en al aan mijn linker. Met handen en voeten, wat Frans en wat Engels, werd me duidelijk gemaakt dat ik me er niet mee moest bemoeien, omdat we anders geen leven meer zouden hebben op onze post.
Er ging een emmer sop over de plas met bloed en dat was het dan.
Ik was zo ongeveer in een shock. De opvang bestond uit een gesprekje met de dominee over wat nou eenmaal de plaatselijke zeden en gewoonten waren.
Daar zat ik dan. Dat was dus Libanon. Tegenwoordig doet defensie wel iets aan het begeleiden van uitgezonden personeel, maar bij ons was het modder maar wat aan.
je werd daardoor steeds harder. De richtlijnen waren, dat je een 'firing close' doorgaf door de radio. je moest dan een half uur aan die klote telefoon hangen, voordat je twee schoten terug mocht geven. Dat deed je alleen de eerste maand. Daarna schoot je bij het eerste schot meteen drie magazijnen terug. Dat gaf je ook niet eens meer door.
Munitie was er altijd wel. Als je het een beetje bont had gemaakt, dan kon je het in een of ander dorp wel krijgen. De inval van de Israëliërs voelden we al een paar dagen van te voren aankomen.
Later bleek dat het UNIFIL hoofdkwartier in Naqourah al lang op de hoogte was.
Het hogere kader was ingelicht, maar wij wisten van niks. We merkten op een gegeven ogenblik, dat er een verhoogde activiteit van Israëlische luchtaanvallen was. Als je op het dak van onze compagnies commando post zat, dan zag je de bominslagen in Sidon en Tyrus.
Dat waren PLO bolwerken. Toen voelden we al dat er wat ging gebeuren.
We moesten de YP's helemaal gevechtsgereed maken. Vervolgens kregen we te horen dat Israëlische tanks UNIFIL gebied binnengetrokken waren. We konden er weinig tegen doen.
Op een paar honderd meter tegenover ons zaten Palestijnen op een heuvel ingegraven.
Ze werden vanuit de lucht helemaal aan flarden geschoten. Toen door gevechtshelikopters met raketten er onder. Vervolgens een mortieraanval. Alleen kwam die op onze post terecht. Iedereen vloog de bunker in. Ik kan de film zo voor mijn ogen afdraaien. Ik was pas twintig en ik vond het allemaal wel spannend. De Israëliërs trokken over de weg Palestijns gebied in. Er werden over en weer wat middelvingers geheven, maar voor de rest lieten ze ons met rust. De belangrijkste instructie van ons hoofdkwartier was dat we geen burgers mochten toelaten op onze post. Niet lang daarna werden er door de Israëliërs razzia's gehouden in het dorp dat bij ons lag. Deuren werden ingetrapt en mannen werden hun huis uitgeschopt en geslagen. Gillende vrouwen. Ik moest meteen aan de Tweed Wereldoorlog denken. Je staat er volstrekt machteloos naar te kijken.
je kon en je mocht niets doen, terwijl er voor je neus een dorp gezuiverd werd.
Daar sta je dan met je blauwe pet. De Israëliërs rukten op naar Beirut.
Er kwamen enorme vluchtelingenstromen op gang richting UNIFIL gebied in het zuiden.
Toen kregen we weer de richtlijn te controleren of er geen wapens werden meegenomen.
Samen met een maat van me hield ik een auto aan bij een roadblock. Een man achter het stuur, zijn vrouw ernaast en twee dochters achterin. De man maakte een heel zenuwachtige indruk. Ze gingen naar familie. Ik vroeg of de kofferbak open mocht. Dat veroorzaakte een heel drama in die auto. Dit is handel, zei ik nog tegen mijn maat. In de bak zitten dingen die er niet in mogen zitten. Die man bleef maar emmeren.
Dus trok ik zijn portier open en sommeerde hem vloekend om zijn kofferbak open te maken. Toen hij open ging, dacht ik dat ik in het voorportaal van de hel stond. Er kwam een lucht uit, dat was niet te geloven. Met de loop van mijn wapen schoof ik een smerige deken met bruine vlekken weg.
Er lag een lijk in. Door het hoofd geschoten.
Hersenweefsel, botsplinters en ga zo maar door. Het lijk was op weg naar een fatsoenlijke begrafenis. Halverwege juni. Dertig a vijfendertig graden. En dan honderden kilometers in een auto. Ik schrok me echt de tering. Het enige dat ik nog kon zeggen was, in je auto en wegwezen hier. Je zat daar maar. Er was niets te doen. Geen enkele begeleiding. Op een gegeven moment heb ik me van ellende zelfs opgegeven voor een kerkdienst, terwijl ik atheïst ben. Er waren wat jongens die ergens een stuk rooie Libanon op de kop hadden getikt.
Ik had nog nooit een stickie gerookt. Met ponden ging dat spul op het laatst de waterpijp in bij ons.
Ook bij het kader. Jongens die 's middags om twee uur van de stress en de ellende al een fles Johnnie Walker op hadden. je zat in een moslimgemeenschap. Zelf mochten ze niet drinken, maar als je dollars had, dan kon er van alles voor je worden geregeld. Een doos Smirnof ? Geen probleem, alles was zo te krijgen. Er werden op het laatst zelfs harddrugs gebruikt. Op een gegeven moment ging er toch een belletje rinkelen bij de hogere regionen. Van collega's op andere posten kregen we te horen, jongens kijk uit, want jullie krijgen hasj controle met honden. De Noren hadden namelijk twee hasj honden bij zich. Dus de hele rotzooi werd goed weggestopt.
Behalve de jongens die op verlof waren, die waren de lul. Die honden stonden zo tegen de deuren van hun PSU kast aan de springen, die waren dus de klos. Er werd wel gedreigd met de krijgsraad, maar het is allemaal met een sisser afgelopen. Ik denk dat bij ons op de post zestig procent hasj rookte.
En drie man die af en toe harddrugs gebruikten. Ik heb daar zelf ook een keer aan meegedaan.
Het was daar ook zo makkelijk te krijgen en je stond nu eenmaal krom van de spanningen.
Op een dag stond ik bij een roadblock, toen er een mooie oude Mercedes aan kwam rijden.
Een echte klassieker, waar je met bewondering naar kijkt. Je tikt op het raam. Dat gaat open.
Je steekt half je kop naar binnen. Je vraagt naar identiteitspapieren. Vervolgens wordt er een Colt op je voorhoofd gedrukt Die blaast mijn kaars uit, denk je dan.
Het aantal zelfmoorden onder teruggekeerde Libanon-gangers is hoger dan het aantal jongens dat daar gesneuveld is. Ik heb hier een kopie van een brief die door een huisarts naar defensie is gestuurd. Hij schrijft dat zijn patiënt een poging tot zelfmoord heeft gedaan. Daar voelde die jongen zich toe verplicht, omdat bijna zijn hele groep door suïcide om het leven gekomen was. "Het heeft mij zeer verbaasd, dat dergelijke feiten, welke bij navraag juist bleken, zo goed geheim gehouden worden in onze samenleving", schrijft die huisarts. In 1987, vijf jaar na terugkomst, ging het heel erg slecht met me. Ik gebruikte een gram cocaïne per dag.
Een fles jack Daniëls zoop ik zo uit de fles leeg. Ik wou niet meer aan Libanon denken, maar ik stond ermee op en ik ging ermee naar bed. Hele films werden in mijn hoofd afgedraaid.
Ik rook de geuren van dat dorp. Van de jasmijn tot de geitenstront. Alleen met een stuk in m'n kloten dacht ik er niet meer aan. Toen heb ik een spoedopname in een alcohol kliniek gehad.
Daar heb ik maanden gezeten. Een arts stak een vinger in m'n lever.
ik lag te gillen als een speenvarken. Binnen een half jaar ben je dood, zei hij.
Ook daar gingen de psychiaters weer aan me zitten wroeten. Ook al sprak ik daar toen met niemand over, ze hadden het gauw in de gaten, mijn hele hoofd zat vol met Libanon. Ik werd in die tijd een paar keer midden in de nacht van huis weggehaald. Helemaal knetter naar een psychiatrische inrichting. Op een gegeven moment dacht ik dat ik niet verder kon. Twee keer een poging gedaan. Een keer van het dak afgehaald en nog een keer met drank en pillen. Verrot allemaal maar, ik heb mijn portie wel gehad, dacht ik. Toen hoorde ik dat je nog bij defensie aan kon kloppen om hulp.
Dus ik bel de sectie individuele hulpverlening in de Hojel-Kazerne. Ik riep door de telefoon dat ik helemaal naar de klote ging, of ze me met spoed konden helpen. Dan hoor je op de achtergrond een hele hoop geblader in een agenda. Kunt u dan en dan? Vervolgens wordt er een datum geprikt.
Ik ernaar toe. Helemaal onder de olie. Op Hoog Catharijne had ik nog een uur. Dus eerst nog wat ingenomen. Toen ik de wachtkamer binnenkwam, zat die helemaal vol met Libanongangers.
Ik zag zelfs een hoop bekenden. Drugs, alcohol, pillen, hun ogen spraken boekdelen.
Het zat vol. Op een gegeven moment werd ik geroepen door een psycholoog met een enkele ster.
Net afgestudeerd en meteen maar tweede luitenant gemaakt. Ik heb het een en ander verteld.
ja, maar daar ligt het niet aan, we moeten je jeugd eens goed onder de loep nemen. Toen flipte ik helemaal. Ik ben zo weggegaan. Hoe ik mijn toekomst zie? Niet best. Ik ben een chemische bom.
Ik slik antidepressiva, pillen tegen angsten en spanningen, slaapmiddelen en ga zo maar door.
Of ik terug wil naar Libanon? Ik ben dat wel van plan, maar het wordt door de ene psychiater aangeraden en door de andere weer afgeraden. Ik ken een jongen die ook met je had willen praten.
Hij was de vriend van die sergeant die als eerste omkwam in Libanon. Hij reed op een mijn.
Zijn vriend zag het voor zijn ogen gebeuren. Maar hij zit nu weer in een inrichting.
Twee jaar geleden is hij weer naar Libanon geweest. Nou, die kon gelijk weer in therapie toen hij terug kwam. Dat hielp niet. Er lopen jongens bij de BNMO, die zijn al drie, vier keer terug geweest.
De BNMO, is een goeie club, daar heb je zeker wat aan. Maar er lopen ook wel van die gepensioneerde kolonels rond, die roepen dat je moet niet zeiken.
Je hebt alles toch nog! Voor hun tel je pas mee, als je een dwarslaesie hebt, of een kogel in je ruggengraat. Niet als je half geflipt bent.
Maar er werken ook mensen waar je wel heel veel aan hebt. Een hele goeie arts zat er ook.
Die las het rapport dat defensie over mij opgesteld had door en zei dat het voor geen meter klopte.
Ze spraken zichzelf tegen. Ze hebben me toen naar een psychiater in Alphen aan den Rijn gestuurd.
Eentje die zelf ook aan het front had gezeten. De BNMO, betaalde de kosten.
Zijn contra?expertise leidde tot hele andere conclusies dan de conclusies van de USZO.
Toen hebben we het aan de rechter voorgelegd. Dat krijg je er dan ook nog eens bovenop.
Maar ik werd wel door de rechter in het gelijk gesteld.
Niet alleen ik, maar ook een hele hoop andere Libanon-veteranen hebben behoorlijke problemen bij de toekenning van militaire invaliditeitspensioenen. Daar wil ik binnenkort met de VBM/NOV over komen praten. Ik heb er recent ook een persoonlijk gesprek met de staatssecretaris over gehad.
Van Hoof was heel vriendelijk tegen me. Of ik koffie wilde. Keurig in de Bouvrie-zithoek.
Ach meneer, van geld wordt u toch niet beter, zei hij. Maar ik moet wel mijn hypotheek betalen, mijn ziektekostenverzekering en misschien nog een keer op vakantie. Zo'n Van Hoof, of hoe ze allemaal mogen heten, die trekken een keer zo'n leuk gevechtstenuetje aan, gaan een keertje de troepen inspecteren.
Krijgen een hap nasi en denken: nou dat is allemaal leuk hier zeg.
Ze sturen Hansje Ravesteijn er als geestelijk verzorgster naar toe en klaar is Kees.