Op 11 september 2001 werd de wereld opgeschrikt door terroristische aanvallen op de Verenigde Staten.
De aanslagen, uitgevoerd met gekaapte passagiersvliegtuigen waren gericht tegen het World Trade Centre in New York en het Pentagon in Washington.
Er vielen daarbij vele duizenden doden.
De aanslagen bleken het werk van het Al Quaida-netwerk, geleid door Osama Bin Laden.
De internationale gemeenschap ging de strijd aan tegen het internationaal terrorisme.
Sinds oktober 2001 worden militaire eenheden ingezet om dit terrorisme een halt toe te roepen.
Naast de militaire operatie Enduring Freedom gaat het ook om stationering van eenheden in Afghanistan als onderdeel van de International Security Assistance Force (ISAF).
Het Al Quaida-netwerk bleek nauwe banden te hebben met het Taliban-regime in Afghanistan.
Osama Bin Laden had een belangrijk deel van zijn organisatie in dat land.
Ondanks internationale druk bleef de Taliban-regering in Kaboel Al Quaida steunen.
Op 7 oktober 2001 begonnen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië met operatie Enduring Freedom, gericht tegen Al Quaida en Taliban-eenheden in Afghanistan.
Het Taliban-regime werd uit het land verdreven.


Akkoord van Bonn

Op initiatief van de Verenigde Naties kwamen eind 2001 vertegenwoordigers van de Afghaanse bevolking bijeen in Bonn.
Op deze bijeenkomst bereikten de Afghanen overeenstemming over een raamwerk voor de toekomstige politieke structuur van Afghanistan en wendden zij zich gezamenlijk tot de internationale gemeenschap voor hulp.
De Afghanen verklaarden zich ook bereid tot samenwerking met de internationale gemeenschap in de strijd tegen het terrorisme, de drugshandel en de georganiseerde misdaad.
De VN-Veiligheidsraad werd gevraagd mandaat te verlenen voor een veiligheidsmacht in Afghanistan.
Op 5 december 2001 werd het akkoord ondertekend in het beroemde Petersberg-hotel nabij Bonn.


ISAF

De Veiligheidsraad koos vervolgens voor een zo robuust mogelijk mandaat voor ISAF.
Daardoor kan de veiligheidsmacht desnoods met militair geweld optreden om de veiligheid in Kaboel te handhaven.
Het belangrijkste doel van ISAF was in eerste instantie de interimregering van Afghanistan, die zich op 22 december 2001 in Kaboel vestigde, te ondersteunen bij het handhaven van de veiligheid.
Op grond van een nieuwe VN-resolutie uit oktober 2003 is die taak uitgebreid tot andere delen van Afghanistan.
Daarnaast zijn de militairen op verschillende manieren betrokken bij de wederopbouw van het land.
Zo assisteert ISAF bij de wederopbouw van het leger en de politie.
Maar ook helpen militairen van de genie bij het herstel van belangrijke wegen en bruggen.
In juni 2002 werd een overgangsregering benoemd onder leiding van president Hamid Karzai.
Deze regering werkt nauw samen met de VN en de internationale gemeenschap.
Op 9 oktober 2004 werd Karzai na een democratisch verlopen verkiezing tot president gekozen.
Het nieuwe kabinet van president Karzai trad aan op 24 december 2004.