De aanslagen van 11 september en de oorlog in Afghanistan hebben de Arabische tv-zender al-Jazeera op de wereldkaart gezet. Het CNN van het Midden-Oosten, zoals het vanuit Qatar opererende station ook wel wordt genoemd, is de enige buitenlandse tv-zender die nog in Afghanistan actief is. Daarmee heeft het ook de verdenking op zich geladen de spreekbuis te zijn van Osama bin Laden, die zijn video-boodschappen via al-Jazeera de wereld instuurt.

Op het hoofdkwartier van CNN in Atlanta is het dezer dagen knarsetanden geblazen. The World's News Leader, een reputatie die het station verdiende in de Golfoorlog, heeft wat de berichtgeving over de oorlog in Afghanistan betreft het nakijken. Waar starreporters als Bernard Shaw en Peter Arnett in 1991 ter plekke verslag deden van de bombardementen op Bagdad, schittert CNN in Afghanistan door afwezigheid. Al-Jazeera is het enige buitenlandse tv-station met verslaggevers in Afghanistan zelf. En dat doet pijn in Atlanta.




Wereldomroep
Al-Jazeera is vijf jaar geleden opgezet door de steenrijke emir van Qatar, een voor Arabische begrippen uiterst liberale vorst. Met voornamelijk in het westen, bij de BBC en de Wereldomroep, opgeleide journalisten werd een redactie opgezet die zich niet laat ringeloren door regeringscensors, maar een onafhankelijk koers vaart. Voor ons de normaalste zaak van de wereld, maar in het Midden-Oosten een novum. Arabische tv-stations verwoorden in de regel het regeringsstandpunt. Westerse journalistieke principes als hoor en wederhoor deden feitelijk met de oprichting van al-Jazeera (het schiereiland) hun intrede.

het logo van al-JazeeraJoris Luyendijk, correspondent van het NOS Journaal, het Radio 1 Journaal en het NRC Handelsblad in het Midden-Oosten, bezocht onlangs het hoofdkwartier van al-Jazeera in het Golfstaatje Qatar. "Dat beeld van het Arabische CNN klopt, met dien verstande dat ik al-Jazeera veel beter vind. Daar in Doha zit een compacte, professionele redactie met een verfrissende mix van nationaliteiten en dialecten. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat het allemaal onafhankelijk denkende, bierdrinkende journalisten zijn, zoals je die ook op redacties in Nederland aantreft. Ook in dat opzicht is al-Jazeera een unicum in de Arabische wereld".

Toch plaatst Luyendijk wel enkele kanttekeningen bij de objectiviteit van het station dat dagelijks tientallen miljoenen Arabieren trekt en waarvan de internetsite op nieuwsrijke dagen door meer dan tien miljoen mensen bezocht wordt: "Zeker, ze belichten onderwerpen van meerdere kanten, maar wel altijd vanuit een pan-Arabisch perspectief. De westerse dominantie in het Midden-Oosten, de Palestijnse kwestie en de VN-boycot tegen Irak zijn geen onderwerpen van discussie. Daarover bestaat in de Arabische wereld en dus ook bij al-Jazeera consensus. Dat al-Jazeera zich laat misbruiken door Osama bin Laden is onzin. De journalisten zijn solidair met het Afghaanse volk, niet met de Taliban of Bin Laden. Wel is het zo dat Bin Ladens politieke analyse over de Palestijnen, Irak en de houding van de VS wordt gedeeld."



Arabische bril
Die tweeslachtigheid, streven naar objectiviteit met een Arabische bril op, komt ook duidelijk naar voren in de berichtgeving over Israël. Luyendijk: "Ze laten wel Israëlische ministers aan het woord, wat de redactie op scherpe kritiek van moslimfundamentalisten komt te staan. Maar in de duiding en de commentaren overheerst toch het Palestijnse standpunt. Zeg maar het omgekeerde als bij CNN, waar de Israëlische visie op de gebeurtenissen de boventoon voert. Maar zelfs binnen dit pan-Arabische denkkader, slaagt al-Jazeera er door zijn onafhankelijke houding bij herhaling in de autocratische regimes in de
Sayed en Ebtsam Ibrahim regio te provoceren. Tijdelijke sluitingen van kantoren en intimidatie van correspondenten en adverteerders zijn het gevolg. De grote populariteit van de zender onder de bevolking, maakt het de heersers echter onmogelijk al-Jazeera definitief de nek om te draaien."

Ook voor Arabieren in Nederland is al-Jazeera in vijf jaar uitgegroeid tot één van de belangrijkste nieuwsbronnen. De Egyptenaar Sayed Ibrahim woont al 24 jaar in Nederland en is eigenaar van een Shoarma-zaak in Hilversum. Hij kijkt vanaf de oprichting naar de zender, waarvoor hij niets dan lof heeft: "Zij verwoorden precies mijn mening over de oorlog in Afghanistan. Osama bin Laden wordt niet benaderd als een held, maar ook niet als een misdadiger. Het bewijs dat hij achter de aanslagen van 11 september zit, is nog steeds niet geleverd. Amerika bombardeert Afghanistan echt niet alleen uit vergelding, het is ook een vorm van bezettingspolitiek. De VS willen gewoon meer invloed in Centraal-Azië."

Ibrahim kijkt ook naar de Nederlandse tv, CNN en andere Arabische zenders, maar die doen volgens hem toch duidelijk onder voor al-Jazeera: "De Nederlandse verslaggeving is beter dan die van CNN, maar als ik de correspondent in Israël Eddo Rosenthal hoor, dan wordt ik gewoon misselijk. Zo eenzijdig, zo pro-Israël. Die man woont daar al veel te lang, is niet meer objectief. Aan de andere kant heb ik veel respect voor Bertus Hendriks van de Wereldomroep. Hij begrijpt de Arabische wereld."



Verschrikkelijke beelden
Ibrahim: "Als Nederlanders ook naar al-Jazeera zouden kijken, dan drongen de verschrikkingen van de Amerikaanse bombardementen pas goed tot ze door. Ik heb daar de meest verschrikkelijke beelden gezien. Waarom zenden ze die hier niet uit. Ik begrijp dat niet." Gerard van der Broek van de buitenlandredactie van het NOS-Journaal beaamt dat lang niet alle beelden die worden ontvangen ook op het scherm komen: "Het NOS-standpunt is eenvoudig. Het mag niet te verschrikkelijk, niet te smerig zijn. Dat telt voor alle onderwerpen, echt niet alleen voor Afghanistan. Laatst kregen we beelden binnen van lijken van Koerden met afgehakte hoofden. Dat wordt natuurlijk niet uitgezonden."

Nieuwslezeres al-JazeeraDe kijkdichtheid van al-Jazeera in Nederland blijft beperkt tot de 'native speakers' uit Marokko en het Midden-Oosten en de zeer weinige Nederlanders die Arabisch hebben geleerd. En zelfs voor die groep vormt de taal soms een onneembare barrière. Nabil Guennoun studeert Arabische taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is geboren in Marokko, maar woont al vanaf zijn derde in Nederland: "Al-Jazeera zendt uit in het Modern Standaard Arabisch, zeg maar hoog-Arabisch. Dat verschilt nog wel wat van de lokale talen die in de verschillende Arabische landen gesproken worden. Ik heb Marokkaanse vrienden die al-Jazeera daardoor maar moeilijk kunnen volgen."

"Maar ook veel van mijn Nederlandse medestudenten die hier MSA leren, hebben de grootste moeite om de uitzendingen te volgen. Voor niet-Arabieren blijft het een zeer moeilijke taal. Dat is jammer, want het zou een goede zaak zijn als meer mensen al-Jazeera kijken. Niet alleen naar aanleiding van de oorlog in Afghanistan, maar in een veel breder perspectief. Het belang van al-Jazeera kan moeilijk worden overschat. Het is een drive achter de democratisering in de Arabische wereld".