De hoofdrolspelers bij de val van Srebrenica 

 



Generaal Ratko Mladic

Ratko Mladic maakt indruk op  zijn troepen, 8 juli 1995Als de Republika Srpska zich in 1992 onafhankelijk verklaart, wordt Ratko Mladic benoemd tot bevelhebber van het Bosnisch-Servische leger. Mladic gaf leiding aan veel acties, waaronder het beleg van de hoofdstad Sarajevo. Mladic is samen met de president van de Republika Srpska, Karadzic, het symbool van de etnische zuiveringen in Bosnië. Hij is aangeklaagd voor het VN-hof in Den Haag voor onder meer genocide. Mladic organiseerde de aanval op Srebrenica en de moorden die volgden. Tot de val van Milosevic woonde hij openlijk in Belgrado. Momenteel houdt hij zich schuil,vermoedelijk in Bosnië.



Radovan Karadzic
Radovan KaradzicRadovan Karadzic weigerde in 1992 de onafhankelijkheid van Bosnië te accepteren en riep de Republika Srpska uit. Vanuit het skioord Pale gaf hij leiding aan zijn 'mini-Servië'. Hij werkte nauw samen met legerleider Mladic. Karadzic is twee keer aangeklaagd voor het VN-tribunaal in Den Haag. De moord op de duizenden mannen van Srebrenica en de granaataanvallen op Sarajevo zijn onder zijn verantwoordelijkheid uitgevoerd. De VS heeft een beloning van 5 miljoen dollar op het hoofd van Karadzic gezet. Hij is vermoedelijk in het grensgebied tussen Montenegro en Bosnië ondergedoken.



Slobodan Milosevic
Slobodan Milosevic voor het Joegoslaviëtribunaal Tot 1987 was Slobodan Milosevic een relatief onbelangrijk politicus. In dat jaar deed hij zijn beruchte uitspraak dat niemand de Serviërs - in Kosovo - nog kwaad mag doen. Die woorden luidden het begin van het einde van de multi-etnische staat Joegoslavië in. President Milosevic zegde in 1992 zijn steun toe aan de Bosnische-Serviërs die tegen de Bosnische onafhankelijkheid in opstand waren gekomen. In 1995 keerde hij hen de rug toe en opende zo de weg voor het Dayton-vredesakkoord. Tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 werd Milosevic aangeklaagd voor het VN-hof. Zijn proces is momenteel in volle gang.




Overste Thom Karremans
Overste KarremansThom Karremans was de commandant van Dutchbat toen Srebrenica in juli 1995 werd ingenomen. Hij kreeg veel kritiek over de wijze waarop hij met Mladic omging. Hij sprak na de val bewondering uit over diens "strategisch inzicht". Toch wordt hij in het NIOD-rapport goeddeels vrijgepleit.Tijdens de aanval op Srebrenica heeft Karremans herhaaldelijk om luchtsteun gevraagd. Miscommunicatie leidde ertoe dat die steun te laat werd gegeven om nog effect te kunnen sorteren. Hij heeft altijd gezegd dat al het mogelijke is gedaan om de moslims te beschermen. Overste Karremans werd na de val tot kolonel bevorderd en overgeplaatst naar een post bij de Verenigde Naties.



Generaal Cees Nicolai
De VN-commandostructuur was ten tijde van de val van Srebrenica voor een belangrijk deel bemand door Nederlandse militairen. Generaal Cees Nicolai was chef-staf van de VN-missie in Bosnië. De luchtsteunverzoeken liepen via hem. Uit angst voor represailles tegen door de Bosnische-Serviërs gegijzelde VN-militairen, waren de criteria voor steun uit de lucht aangescherpt. De eerste verzoeken van Karremans werden daarom door Nicolai afgewezen. Dat heeft hem later veel kritiek opgeleverd. Hij heeft het daar zelf ook moeilijk mee gehad. Een evaluatie van Defensie in 1995 bleef op zijn verzoek geheim.



Generaal Bernard Janvier
Generaal JanvierDe Franse generaal Bernard Janvier was de militaire chef van Unprofor. Over zijn aandeel in de val van de enclave doen wilde geruchten de ronde. Janvier wordt ervan beschuldigd een deal gesloten te hebben met generaal Mladic van de Bosnische-Serviërs. Om de veiligheid van de Franse VN-militairen die door de Bosnische-Serviërs waren gegijzeld niet in gevaar te brengen, zou Janvier Mladic beloofd hebben af te zien van luchtaanvallen. Mladic heeft dit gerucht ooit in een interview bevestigd. Janvier ontkent het stellig. Het NIOD kon daar, net zo min als de Franse parlementaire onderzoekscommissie eerder, geen bewijs voor vinden.



Joris Voorhoeve
Joris Voorhoeve Volgens minister van Defensie Joris Voorhoeve was Srebrenica onverdedigbaar en "in feite al in 1993 gevallen", het jaar dat de VN Srebrenica tot veilig gebied uitriep. Hij ging er verder vanuit dat Dutchbat in Srebrenica was ter afschrikking en niet ter verdediging. Dutchbat heeft zich volgens Voorhoeve moedig gedragen en hij legde de schuld voor het debacle bij de internationale gemeenschap. Eind 1995 zei hij in een lezing: "Waar waren de andere landen toen er tevergeefs om luchtsteun werd gevraagd?" De gemeenschappelijke schuld van de internationale gemeenschap is voor Voorhoeve geen reden geweest om af te treden.

 

Wim Kok
Wim Kok Minister-president Wim Kok is de enige politicus die nog op dezelfde post zit als tijdens de val van de enclave, zij het dat hij na de publicatie van het NIOD-rapport demissionair is. Voor hem is het uitblijven van luchtsteun de reden dat Dutchbat in Srebrenica in de problemen is geraakt. Kok zei voor de commissie-Bakker dat de VN voor het begin van de missie "maximale zekerheid" had gegeven dat er in geval van nood luchtsteun zou komen. Kok wordt wel verweten te weinig regie te hebben gevoerd tijdens de crisisdagen. Daardoor zouden ministers te veel langs elkaar heen gewerkt hebben.