|
De
hoofdrolspelers bij de val van Srebrenica
Generaal Ratko Mladic
Als
de Republika Srpska zich in 1992 onafhankelijk verklaart, wordt Ratko
Mladic benoemd tot bevelhebber van het Bosnisch-Servische leger. Mladic
gaf leiding aan veel acties, waaronder het beleg van de hoofdstad
Sarajevo. Mladic is samen met de president van de Republika Srpska,
Karadzic, het symbool van de etnische zuiveringen in Bosnië. Hij is
aangeklaagd voor het VN-hof in Den Haag voor onder meer genocide. Mladic
organiseerde de aanval op Srebrenica en de moorden die volgden. Tot de val
van Milosevic woonde hij openlijk in Belgrado. Momenteel houdt hij zich
schuil,vermoedelijk in Bosnië.
Radovan Karadzic
Radovan
Karadzic weigerde in 1992 de onafhankelijkheid van Bosnië te accepteren
en riep de Republika Srpska uit. Vanuit het skioord Pale gaf hij leiding
aan zijn 'mini-Servië'. Hij werkte nauw samen met legerleider Mladic.
Karadzic is twee keer aangeklaagd voor het VN-tribunaal in Den Haag. De
moord op de duizenden mannen van Srebrenica en de granaataanvallen op
Sarajevo zijn onder zijn verantwoordelijkheid uitgevoerd. De VS heeft een
beloning van 5 miljoen dollar op het hoofd van Karadzic gezet. Hij is
vermoedelijk in het grensgebied tussen Montenegro en Bosnië ondergedoken.
Slobodan Milosevic
Tot 1987 was Slobodan Milosevic een relatief onbelangrijk politicus. In
dat jaar deed hij zijn beruchte uitspraak dat niemand de Serviërs - in
Kosovo - nog kwaad mag doen. Die woorden luidden het begin van het einde
van
de multi-etnische staat Joegoslavië in. President Milosevic zegde in
1992
zijn steun toe aan de Bosnische-Serviërs die tegen de Bosnische
onafhankelijkheid in opstand waren gekomen. In 1995 keerde hij hen de rug
toe en opende zo de weg voor het Dayton-vredesakkoord. Tijdens de
Kosovo-oorlog in 1999 werd Milosevic aangeklaagd voor het VN-hof. Zijn
proces is momenteel in volle gang.
Overste Thom Karremans
Thom
Karremans was de commandant van Dutchbat toen Srebrenica in juli 1995 werd
ingenomen. Hij kreeg veel kritiek over de wijze waarop hij met Mladic
omging. Hij sprak na de val bewondering uit over diens "strategisch
inzicht". Toch wordt hij in het NIOD-rapport goeddeels
vrijgepleit.Tijdens de aanval op Srebrenica heeft Karremans herhaaldelijk
om luchtsteun gevraagd. Miscommunicatie leidde ertoe dat die steun te laat
werd gegeven om nog effect te kunnen sorteren. Hij heeft altijd gezegd dat
al het mogelijke is gedaan om de moslims te beschermen. Overste Karremans
werd na de val tot kolonel bevorderd en overgeplaatst naar een post bij de
Verenigde Naties.
Generaal Cees Nicolai
De VN-commandostructuur was ten tijde van de val van Srebrenica voor een
belangrijk deel bemand door Nederlandse militairen. Generaal Cees Nicolai
was chef-staf van de VN-missie in Bosnië. De luchtsteunverzoeken liepen
via hem. Uit angst voor represailles tegen door de Bosnische-Serviërs
gegijzelde VN-militairen, waren de criteria voor steun uit de lucht
aangescherpt. De eerste verzoeken van Karremans werden daarom door Nicolai
afgewezen. Dat heeft hem later veel kritiek opgeleverd. Hij heeft het daar
zelf ook moeilijk mee gehad. Een evaluatie van Defensie in 1995 bleef op
zijn verzoek geheim.
Generaal Bernard Janvier
De
Franse generaal Bernard Janvier was de militaire chef van Unprofor. Over
zijn aandeel in de val van de enclave doen wilde geruchten de ronde.
Janvier wordt ervan beschuldigd een deal gesloten te hebben met generaal
Mladic van de Bosnische-Serviërs. Om de veiligheid van de Franse
VN-militairen die door de Bosnische-Serviërs waren gegijzeld niet in
gevaar te brengen, zou Janvier Mladic beloofd hebben af te zien van
luchtaanvallen. Mladic heeft dit gerucht ooit in een interview bevestigd.
Janvier ontkent het stellig. Het NIOD kon daar, net zo min als de Franse
parlementaire onderzoekscommissie eerder, geen bewijs voor vinden.
Joris Voorhoeve
Volgens minister van Defensie Joris Voorhoeve was Srebrenica
onverdedigbaar en "in feite al in 1993 gevallen", het jaar dat
de VN Srebrenica tot veilig gebied uitriep. Hij ging er verder vanuit dat
Dutchbat in Srebrenica was ter afschrikking en niet ter verdediging.
Dutchbat heeft zich volgens Voorhoeve moedig gedragen en hij legde de
schuld voor het debacle bij de internationale gemeenschap. Eind 1995 zei
hij in een lezing: "Waar waren de andere landen toen er tevergeefs om
luchtsteun werd gevraagd?" De gemeenschappelijke schuld van de
internationale gemeenschap is voor Voorhoeve
geen
reden geweest om af te treden.
Wim Kok
Minister-president Wim Kok is de enige politicus die nog op dezelfde post
zit als tijdens de val van de enclave, zij het dat hij na de publicatie
van het NIOD-rapport
demissionair is. Voor hem is
het uitblijven van luchtsteun de reden dat Dutchbat in Srebrenica in de
problemen is geraakt. Kok zei voor de commissie-Bakker dat de VN voor het
begin van de missie "maximale zekerheid" had gegeven dat er in
geval van nood luchtsteun zou komen. Kok wordt wel verweten te weinig
regie te hebben gevoerd tijdens de crisisdagen. Daardoor zouden ministers
te veel langs elkaar heen gewerkt hebben.
|