De aanloop: Dutchbat naar Srebrenica


Nederland doet veel en graag mee aan vredesmissies van de Verenigde Naties. De bevordering van de vrede en de veiligheid in de wereld is een groot goed waar wij ons voor willen inzetten. De regering moet krachtens Artikel 90 van de Grondwet de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevorderen. Als in 1993 het etnische geweld in Bosnië escaleert, wordt de roep om een Nederlandse bijdrage luider. Alle politieke partijen dringen in de Tweede Kamer aan op een Nederlandse militaire bijdrage aan Unprofor, de VN-macht in het voormalige Joegoslavië. 


Motie Van Traa/Van Vlijmen

Op 22 mei 1993 stemt de Kamer unaniem in met de motie Van Traa (PvdA)/Van Vlijmen (CDA) waarin de regering wordt opgeroepen een gevechtseenheid naar Bosnië te sturen. En zo geschiedde. Nederland biedt de Verenigde Naties zijn hulp aan en in december 1993 vertrekt de luchtmobiele brigade, voor de gelegenheid omgedoopt in Dutchbat, naar het oorlogsgebied.
Ruim 700 Nederlandse militairen worden gelegerd in de moslimenclave Srebrenica, een door de Verenigde Naties tot 'safe area' verklaard gebied. De primaire taak van de Dutchbatters is het beschermen van de moslimenclave die zich omringd en bedreigd wordt door het oprukkende leger van de Bosnisch-Servische generaal Mladic.


Resolutie 836

Voor VN-blauwhelmen als de Dutchbatters is middels resolutie 836 van de Veiligheidsraad het mandaat inzake de 'safe areas' inmiddels uitgebreid. Dat was gebeurd nadat de Franse generaal Philippe Morillon in april 1993 in een dramatisch gebaar had geweigerd uit Srebrenica te vertrekken voordat de veiligheid van de vluchtelingen was gegarandeerd. De VN'ers krijgen de opdracht aanvallen op de veilige gebieden (Srebrenica, Gorazde, Zepa, Tuzla, Bihac en Sarajevo) af te weren door het treffen van 'alle benodigde maatregelen, inclusief het gebruik van geweld, in antwoord op bombardementen, ongeacht door welke partij, dan wel in antwoord op gewapende invallen in die gebieden of in geval van moedwillige obstructie van de bewegingsvrijheid van Unprofor of van beschermde humanitaire konvooien'.



Humanitaire missie

Ogenschijnlijk een duidelijk mandaat, maar na 11 juli 1995 zal de discussie over de betekenis van deze formulering in alle hevigheid losbarsten. Zo kregen de Dutchbatters de instructie om niet op de Serviërs te schieten. Hoe viel dat te rijmen met de opdracht om aanvallen te weerstaan desnoods met gebruik van geweld? Volgens de achtereenvolgende ministers van Defensie Ter Beek en Voorhoeve vervulden de militairen een humanitaire missie, maar criticasters merken op dat de bescherming van de bevolking in de praktijk niet verder ging dan het binnen de enclave houden van de moslims.


Lichte wapens

Het is een klassiek geval van wijsheid achteraf, maar in het licht van de latere gebeurtenissen was Dutchbat met te weinig en te licht bewapende manschappen in de enclave. Destijds besloot Defensie bewust om de Nederlanders met lichte wapens toe te rusten. De gedachte daarachter was dat zwaarder wapentuig de strijdende partijen zou kunnen provoceren; naar zou blijken een pijnlijke misvatting. 
In het voorjaar van 1995 halen de Bosnische Serviërs de lus om de inmiddels met 50.000 vluchtelingen bevolkte enclave verder aan. De moslimstrijders onder leiding van de meedogenloze Naser Oric laten zich in het geweld niet onbetuigd. Vanuit de enclave voeren ze raids uit op Servisch gebied waarbij veel slachtoffers worden gemaakt. De blinde haat tussen de twee bevolkingsgroepen wordt er alleen maar heviger door. 

Conflicten met moslims

De sympathie van de Dutchbatters gaat niet zonder meer uit naar de vluchtelingen die zij moeten beschermen. Veel Nederlandse militairen hebben, al dan niet heimelijk, meer respect voor het relatief gedisciplineerde Bosnisch-Servische leger, dan voor het ongeregelde Bosnische regeringsleger en de troepen van krijgsheren als Oric. Met de moslimstrijders in de enclave krijgt Dutchbat in de enclave veel te stellen. Het komt bij herhaling tot hooglopende conflicten. Het wantrouwen jegens de moslims bereikt zijn hoogtepunt met de dood van de Nederlandse soldaat Raviv van Rensen. 
De Nederlandse soldaat zat op een pantservoertuig dat onder Servisch vuur kwam te liggen. Rensen en zijn maten wilden zich terugtrekken, maar de moslimstrijders eisten dat de Nederlanders mee zouden vechten tegen de Serviërs. Toen het pantservoertuig zijn weg vervolgde, gooide een moslim een handgranaat die Rensen dodelijk verwondde. Dat gebeurt luttele dagen voor de val van de enclave. Het moreel van Dutchbat is geknakt. De Servische blokkade van Srebrenica is compleet, waardoor de bevoorrading tot stilstand komt. De derde lichting van Dutchbat, inmiddels geslonken tot 460 man, heeft al meer dan een half jaar 'gediend' maar kan niet worden afgelost. Het offensief van generaal Mladic is niet meer te stuiten. De Nederlandse observatieposten moeten één voor één worden ontruimd. Maar wat zijn de Serviërs van plan? 

Bedoelingen Mladic

Tot op het laatste moment tasten Dutchbat, de VN-functionarissen in Zagreb en Sarajevo en de Nederlandse beleidsmakers in Den Haag in het duister over de bedoelingen van Mladic en de zijnen. De MID, de Militaire Inlichtingen Dienst, rapporteert tot op de dag van de val dat het niet waarschijnlijk is dat Serviërs de hele enclave zullen innemen. Inlichtingen van buitenlandse diensten en van de moslims die daar wel op wijzen, bereiken de geëigende instanties niet of worden niet geloofd. De voortekenen bedrogen niet, maar Dutchbat is ziende blind. De schellen zullen de Nederlanders snel van de ogen vallen.