|
|
Het
Milosevic-proces: de tenlastelegging Slobodan Milosevic is drie keer aangeklaagd door het Joegoslavië-Tribunaal, eerst in 1999 wegens oorlogsmisdaden in Kosovo en in 2001 achtereenvolgens wegens misdaden in Kroatië en Bosnië. Een overzicht. Kosovo Volgens de aanklacht probeerde Milosevic als president van Joegoslavië, samen met vier medeverdachten, in 1998-1999 een substantieel deel van de etnisch Albanese bevolking uit Kosovo te verdrijven om er de Servische overheersing veilig te stellen. Door acties van de Servische politie en het Joegoslavische leger werden zo'n 800.000 Kosovo-Albanezen verdreven. Meer dan negenhonderd Albanezen, mogelijk veel meer, kwamen om het leven. Milosevic is aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, zoals moord en etnische vervolging. Kroatië In 1991-1992 werden zeker 170.000 Kroaten en andere niet-Serviërs verdreven uit de gebieden in Kroatië, die de Serviërs onder hun controle hadden gebracht. Doel van de operatie was om dat deel van Kroatië deel te laten uitmaken van een 'Groot-Servië', aldus de aanklagers. Honderden Kroaten kwamen bij de operatie om het leven, onder wie vrouwen en bejaarden. Milosevic, die toen president van Servië was, had volgens de aanklacht de controle over de uitvoerders, zoals het Joegoslavische Volksleger en Servische milities. Milosevic is aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, zoals moord, marteling, deportatie, etnische vervolging, illegale opsluiting, uitroeiing, wrede behandeling, vernietiging van dorpen, plundering, vernietiging van katholieke kerken, aanvallen op burgerdoelen. Bosnië Ook in Bosnië werden tijdens de oorlog (van 1992 tot 1995) gebieden 'etnisch gezuiverd' om ze deel te laten uitmaken van een Groot-Servië, aldus de aanklacht. Milosevic controleerde de eenheden van het Joegoslavische Volksleger die meededen aan de verdrijving van Bosnische moslims en Kroaten. Milosevic gaf financiële, logistieke en politieke steun aan de Bosnisch-Servische leiders Karadzic en Mladic en zou op die manier hebben meegewerkt aan een 'gemeenschappelijke criminele onderneming'. Ook steunde Milosevic Servische milities die in Bosnië actief waren. In de Bosnië-aanklacht worden Milosevic niet alleen misdaden de mensheid en oorlogsmisdaden ten laste gelegd die vergelijkbaar zijn met de Kroatië-aanklacht, maar ook de zwaarste misdaad die het Tribunaal kent: genocide (volkenmoord). Als een van de voorbeelden hiervoor noemt de tenlastelegging Srebrenica, de Oost-Bosnische moslimenclave die de Nederlandse VN-militairen van Dutchbat niet konden beschermen tegen de Servische overmacht, met duizenden doden als gevolg.
|