|
|
Geschiedenis
Al
snel vermoedt de internationale gemeenschap dat de mensenrechten in
Joegoslavië op grote schaal worden geschonden. De Verenigde Naties (VN)
stellen eind 1992 een onafhankelijke onderzoekscommissie in en komen tot de
conclusie dat er sprake is van massale verdrijving, discriminatie en
marteling van moslims. Vooral in de deelrepubliek Bosnië is de situatie
ernstig. Aan een oproep om te stoppen met het schenden van het
internationaal recht, wordt geen gevolg gegeven. Ook een economische boycot
haalt weinig uit. De
Veiligheidsraad stelt in februari 1993 voor om een internationaal
gerechtshof op te richten. Daarvoor beroepen de VN zich onder meer op de
Verdragen van Genève (1949) en de Conventie van Genève over
oorlogswetgeving (1959). Het Tribunaal beoogt drie zaken: het stoppen van de
oorlogsmisdaden, het bestraffen van oorlogsmisdadigers, en het voorkomen van
het schenden van het humanitair recht. Op verzoek van toenmalig
VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali vestigt het hof zich in Den Haag. Het eerste proces - tegen de oorlogsmisdadiger Tadic - begint op 7 mei 1996, ruim drie jaar na de officiële oprichting van het Tribunaal. Aanklachten tegen de oorlogsmisdadigers Mladic en Karadzic staan dan al op papier. Maar omdat zij zich nog steeds op vrije voeten bevinden, blijven deze klachten vooralsnog zonder gevolg.
Bron: NOVA |