|
Met de zending van
1100 militairen naar de zuid-Iraakse provincie Al-Muthanna neemt Nederland
deel aan de SFIR, de Stabilisation Force Iraq. De zending vindt plaats
op grond van VN-resolutie 1483 die de wederopbouw regelt van Irak na de
verdrijving van het regime van Saddam Hussein. De meerderheid van de Tweede
Kamer stemde eind juni in het de missie, op de SP, GroenLinks en enkele
PvdA'ers na.
Van de 1100 militairen is veertig procent al eens op buitenlandse missie
geweest. De overige zestig procent is nog nooit uitgezonden geweest. Tien
procent van de militairen komt rechtstreeks van de mariniersopleiding. De
missie staat onder leiding van luitenant-kolonel Swijgman. Het militaire
hoofdcommando berust bij de Britten. Hun hoofdkwartier ligt in de
Zuid-Iraakse stad Basra. De militairen blijven in eerste instantie voor zes
maanden in Irak, met een optie voor een tweede termijn van nog eens een half
jaar.
De Nederlandse troepenzending naar een oorlogsgebied roept direct associaties
op met het Srebrenica-drama. Maar het kabinet acht het risico
"aanvaardbaar". Hooggeplaatste militairen bevestigen dat.
"Al-Muthanna is waarschijnlijk één van de veiligste plekken in
Irak", zo zei generaal-majoor b.d. en oud-militair van de
secretaris-generaal van de VN Van Kappen tijdens een hoorzitting in de Kamer.
Luchtsteun
Op het eerste gezicht hebben de Nederlanders weinig te vrezen Al-Muthanna. In
het woestijnachtige gebied, dat groter is dan Nederland, wonen vrijwel geen
mensen. Daardoor is er in dat gebied nog nauwelijks verzet geweest tegen de
Amerikanen en de Britten. Wel zijn bij Amara, niet ver van Al-Muthanna, zes
Britten gedood bij een aanslag.
Van Kappen wees er tijdens de hoorzitting op dat de rust de provincie ook een
nadeel kan zijn. Irakezen die aanslagen willen plegen, zullen volgens de
generaal-majoor een rustige plek zoeken om zich te organiseren.
Mochten de Nederlanders in de problemen komen, dan kunnen de Amerikanen
volgens minister Kamp (Defensie) binnen een kwartier luchtsteun geven. De
Britten kunnen volgens de bewindsman vanuit Basra binnen twaalf uur met zwaar
militair materieel in Al-Muthanna aanwezig zijn.
Toch is een honderd procent veiligheidsgarantie onmogelijk, waarschuwde
minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken. "De Irakezen lezen
geen VN-resoluties", zei De Hoop Scheffer.
Met die uitspraak doelde de bewindsman op het feit dat de Irakezen
waarschijnlijk niet het onderscheid zullen begrijpen tussen troepen van de
Stabilisatiemacht, die het land moeten helpen opbouwen, en de Amerikanen en
Britten. De Irakezen plegen in het midden van het land regelmatig aanslagen
op de 'bezetters'.
Wederopbouw
Of het rustig blijft in Al-Muthanna zal vooral afhangen van de voortgang van
de wederopbouw in Irak, die onder leiding staat van de Amerikanen. Als die
niet wil vlotten, zal het verzet tegen de Amerikanen toenemen.
Irak-deskundige Soeterik wees er tijdens de hoorzitting van de Kamer op dat
de sji'ieten, die in Al-Muthanna de meerderheid vormen, tot nu toe nog geen
enkele zeggenschap, laat staan macht, hebben gekregen van de Amerikanen.
Soeterik voorspelde gewapend verzet, ook tegen de Nederlanders, als die
politieke uitsluiting doorgaat. Twee tot nu toe onbekende Iraakse
groeperingen hebben via Arabische tv-zenders landen al gewaarschuwd geen
troepen naar Irak te sturen. Het weliswaar vage dreigement leek mede gericht
te zijn aan Nederland.
|