De oorlog in vogelvlucht

22-04-2003



 Hussein op is. De Iraakse dictator wordt nog één allerlaatste uitweg geboden; hij moet Irak binnen 48 uur verlaten en de macht overdragen. Doet hij dat niet dan trekken de VS en zijn trouwe bondgenoot Groot-Brittannië buiten de VN om tegen Irak ten strijde. Zoals te verwachten valt, laat Saddam het ultimatum verstrijken.

Bagdad onder vuur genomen

Een aantal uren na het verlopen van de deadline vallen de eerste bommen op Bagdad. Iraqi Freedom, zoals de Amerikanen hun tweede operatie in Irak noemen, is een feit. Aanvankelijk moet alleen de hoofdstad het ontgelden, maar daarna zijn ook de Noord-Iraakse steden Mosul en Kirkuk doelwit van bombardementen.

Shock and awe
De verwachte shock and awe (een aanvalstactiek waarbij het Iraakse leger verlamd wordt door een storm van zware luchtaanvallen, in de hoop dat het zich zal overgeven) blijft de eerste dagen uit. De luchtacties beperken zich in het begin vooral tot precisiebombardementen op doelen van het Iraakse regime. Na een aantal dagen worden de aanvallen geïntensiveerd. Bagdad ligt gedurende de hele oorlog onder vuur.

Britse militairen stuiten in Umm Qasr en Basra op felle tegenstand

Geallieerde grondtroepen trekken via Koeweit het zuiden van Irak binnen. Er wordt hevig gevochten in de steden Basra, Umm Qasr, Nasriye en Najaf. Van gevreesde chemische tegenaanvallen is geen sprake. Al snel wordt de val van Umm Qasr en Basra gemeld, maar er wordt te vroeg gejuicht. Fedayeen-strijders en leden van de Baathpartij blijven de steden onveilig maken en het duurt uiteindelijk meer dan twee weken voordat de Britten het sein veilig kunnen geven.

Tegenslagen
Het felle verzet is één van de tegenslagen waar de coalitie mee te maken krijgt. Een andere tegenvaller is dat het niet mogelijk is een front te openen in Noord-Irak. Het Turkse parlement staat namelijk niet toe dat Amerikanen vanaf Turks grondgebied Irak binnenvallen. De Turken willen zich niet mengen in de oorlog. Deels uit angst voor represailles van Irak en deels omdat ze bang zijn dat Turkse en Iraakse Koerden in Noord-Irak hun krachten zullen bundelen.

Verder worden de Amerikaanse en Britse soldaten tegen de verwachting niet met open armen ontvangen door de lokale Iraakse bevolking. De terughoudendheid van de burgers valt wel te verklaren. Toen zij in de eerste Golfoorlog van 1991 in Basra in opstand kwamen, werden zij in de steek gelaten door de Amerikanen. Na die oorlog kregen ze te maken met flinke represailles van Saddam.

Iraakse burgerslachtoffer

De aanvankelijk snelle opmars naar Bagdad loopt vertraging op door problemen met de bevoorrading vanuit het zuiden, er worden geen massavernietigingswapens (voor de VS de ultieme legitimatie om een oorlog te beginnen) gevonden en er vallen veel onnodige slachtoffers, zowel onder de Iraakse bevolking als onder de Amerikaanse en Britse militairen. Voor de tegenstanders van de oorlog, waaronder Frankrijk, Duitsland en Rusland, reden te meer om opnieuw kritiek te leveren op de Amerikaanse inval.

Verder is er onduidelijkheid over het lot van Saddam Hussein. Is hij omgekomen bij één van de bombardementen; houdt hij zich schuil in een ondergrondse bunker of is hij gevlucht naar buurland Syrië? De president verschijnt meerdere malen op de Iraakse televisie, maar niet duidelijk is of het hier om eerder opgenomen beelden gaat of om één van zijn dubbelgangers.

Al-Sahaf
Was de minister van Buitenlandse Zaken Tareq Aziz tijdens de eerste Golfoorlog nog het gezicht van het Iraakse regime, nu is het Mohammed Said al-Sahaf, de minister van Informatie. Iedere dag praat hij de internationale pers bij over de oorlogssituatie in zijn land. De man met de eeuwige baret, groene legerblouse en het gebrekkige Engels wekt daarmee grote hilariteit op over de hele wereld. Terwijl de bombardementen op Bagdad op de achtergrond te horen zijn en de grondtroepen de hoofdstad naderen, blijft hij volhouden dat het regime de situatie onder controle heeft en dat de Amerikanen nog niet eens in de buurt zijn.

De Iraakse minister van Informatie, Mohammed Said al-Sahaf

In Arabische landen groeit al-Sahaf uit tot een ware mediaheld. Hij maakt een sport van het verzinnen van scheldwoorden voor de Amerikaanse president Bush en de Britse premier Blair. Menig Arabier moet er het woordenboek op naslaan om de betekenissen van zijn scheldkanonades op te zoeken.

Ommezwaai
De laatste keer dat er een 'al-Sahaf-show' wordt gehouden is op 8 april. De geallieerden hebben het vliegveld van Bagdad dan al een paar dagen in handen en het lijkt uit te draaien op een hevige en lange strijd om de hoofdstad. Maar niets is minder waar. Er vindt een ommezwaai plaats. Veel sneller dan verwacht trekken de Amerikanen Bagdad binnen. Het verzet van de Iraakse strijders, waaronder de Republikeinse Garde, het persoonlijke leger van Saddam, blijkt miniem.

Op 9 april wordt de val van Bagdad ingeleid. Van het Iraakse regime wordt niets meer vernomen en dat is voor de bevolkig het teken dat het nu echt gedaan is met de decennialange dictatuur. Burgers komen in opstand. Beelden en portretten van Saddam worden vernield en er breken plunderingen uit. Op verschillende plaatsen worden de Amerikanen met gejuich binnengehaald.

Beeld van Saddam wordt in het centrum van Bagdad omvergetrokken

De val van de Iraakse hoofdstad wordt gesymboliseerd door het omvertrekken van een zes meter hoog standbeeld van Saddam in het centrum van de stad. Iraakse burgers worden daarbij geholpen door Amerikaanse militairen. Televisiezenders over de hele wereld zenden het tafereel op het Firdos-plein live uit.

Nieuwe fase
"Het Iraakse regime is nog niet gevallen", waarschuwt de Amerikaanse brigade-generaal Brooks. De enige stad die nog niet in handen is van de coalitie is Tikrit, de geboorteplaats van Saddam. Maar ook daar blijft het verwachte hevige verzet uit. Hoewel op een aantal plaatsen in Irak nog wel kleine gevechten plaatsvinden, kan worden vastgesteld dat de Amerikanen hebben gewonnen en de oorlog voorbij is. Een nieuwe fase gaat in: de wederopbouw van Irak.

 

Bron: nos