Een oorlog om de olie?

 

 

Amerikaans vliegdekschipIrak en Noord-Korea. Beide landen genieten de twijfelachtige eer deel uit te maken van de 'As van het Kwaad' van president Bush. Maar toch is de één 'kwader' dan de ander. Waar de VS staat te popelen om Saddam Hussein met geweld een lesje te leren, zet het Witte Huis alleen diplomatieke middelen in om Noord-Korea weer in het gareel te krijgen. En dat terwijl Noord-Korea al openlijk werkt aan een nieuw kernwapenprogramma.

Meten met twee maten, smalen Bush-criticasters. Olie is de maat der dingen, weten zij. Het zou de VS vooral te doen zijn om de Iraakse olievoorraad.

De VS is voor haar olievoorziening grotendeels afhankelijk van het buitenland. Het land heeft dagelijks 20 miljoen vaten ruwe olie nodig om in de energiebehoefte te voorzien. De meeste olie importeert de VS uit Saoedi-Arabië, maar sinds de aanslagen van 11 september waarbij Saoedische terroristen betrokken waren, zijn de relaties vertroebeld. Mede daarom is de blik gericht op Irak, dat met 112 miljard vaten over 11 procent van de oliereserves ter wereld beschikt, en volgens experts mogelijk zelfs het dubbele. Ter vergelijking: de VS heeft zelf een oliereserve van 22 miljard vaten.

'Vrije toegang'
Generaal Zinni, de hoogste Amerikaanse militaire bevelhebber, erkende in 1999 voor het eerst met zoveel woorden dat de Golfregio met zijn enorme oliereserves voor de VS een "vitaal belang van lange duur" was. De VS zou daarom "vrije toegang" moeten afdwingen tot de bronnen in de regio.

Vice-president Dick CheneyOok de huidige Amerikaanse vice-president Dick Cheney - voordat hij de politiek inging een van Amerika's rijkste en machtigste oliemagnaten - sprak in 2001 in een energierapport zijn zorg uit over de toenemende Amerikaanse afhankelijkheid van olie- en gasimport.

Hij meende dat voorkomen moest worden dat 'vijanden' van de VS "een overdreven invloed" krijgen op de energiemarkt. Het omverwerpen van Saddam Hussein en het in het zadel helpen van een pro-Amerikaanse regering in Irak zou dus een vitaal economisch belang van de Amerikanen dienen.

Amerika is niet het enige land dat op die olievoorraden aast. Ook Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en in toenemende mate China (de vier andere permanente leden van de VN-Veiligheidsraad) hebben grote financiële belangen op de Iraakse oliemarkt. Zij hebben belang bij de ontginning van de Iraakse olie- en gasvelden. Niet alleen omdat hun behoefte aan olie en gas snel stijgt, maar ook omdat een hogere olieproductie de prijs van de olie doet dalen.

Politiek wapen
De Iraakse leider Saddam Hussein heeft de olie jarenlang als politiek wapen gebruikt. Toen hij nog de zeggenschap had over de export van de Iraakse olie verminderde hij geregeld de olieproductie om de olieprijzen op te drijven. Daarmee dwarsboomde hij de strategie van de OPEC, die onder westerse druk probeerde de olieprijzen laag en stabiel te houden.

Nadat de Saddam de Golfoorlog van 1991 verloor, raakte hij de zeggenschap over de olie-export kwijt. Hij mag onder dreiging van stenge sancties slechts mondjesmaat olie uitvoeren (het olie-voor-voedsel-programma) tegen een door de VN vastgestelde prijs. Maar Hussein liet het daar niet bij zitten. Hij sloot exploitatiecontracten ter waarde van zo'n 1100 miljard dolllar met landen als China, Rusland en Frankrijk.

Vn-inspecties in IrakZolang de VN-sancties gelden is het buitenlandse maatschappijen verboden om Iraakse olievelden te ontginnen. Maar de partijen die nu al een contract hebben binnengehaald, denken meteen aan de slag te kunnen zodra de sancties worden opgeheven. Zij hopen dat een eventuele nieuwe regering het niet aandurft de contracten ongeldig te verklaren.

Terughoudendheid
Dat is deels ook de verklaring voor de terughoudendheid van Rusland, China en Frankrijk om een Amerikaanse aanval op Irak te steunen. Vooral China is voor haar snel groeiende economie steeds meer afhankelijk van Golfolie. Frankrijk en Rusland pleitten al eerder tevergeefs in de Veiligheidsraad voor versoepeling van de sancties. Pas na lang aarzelen stemden de drie landen afgelopen november in met de VN-resolutie 1441, omdat daarin is opgenomen dat schending van de resolutie door Irak niet automatisch leidt tot een aanval op het land.

De Russen en Chinezen vrezen dat zij de olievelden zullen verliezen als de Amerikanen Saddam Hussein ten val brengen. Anderzijds heeft Moskou nog miljarden tegoed van Irak, een schuld die Bagdad niet kan aflossen zolang de VN-sancties van kracht blijven. Een spoedige val van het regime in Bagdad zou Moskou wat dat betreft dan ook van pas komen. Volgens sommige waarnemers verklaart dit de onverwachte Russische steun aan de VN-resolutie.

Het is natuurlijk maar de vraag of de Amerikanen met een aanval op Irak de gewenste stabiliteit in de regio weten te realiseren die nodig is om controle te krijgen over de Iraakse olievelden. Analisten vrezen dat de aanval meer anti-Amerikaans geweld zal oproepen dat op de lange termijn de olievelden onbereikbaarder maakt dan ooit.

Olieprijzen
De oorlogsdreiging is intussen de voornaamste reden van een stijging van de olieprijzen over 2002 met 50 procent. De prijs van een vat OPEC-olie (159 liter) ligt nu rond de 31 dollar. Als de VS overgaat tot een aanval op Irak kan het conflict zich uitbreiden en dan kan volgens doemdenkers de olietoevoer uit het Midden-Oosten wel eens bijna stil komen te liggen. In combinatie met de stakingen in de olie-industrie in Venezuela, de op vier na grootste olie-exporteur ter wereld, kan dat een desastreus effect hebben op de olieprijzen. En dat zal weer een negatieve weerslag hebben op de toch al niet rooskleurige situatie van de wereldeconomie.

 

Bron: nos